HOE OUD MOET JE ZIJN ?

Hoe oud moet je zijn om op les te kunnen en door wie wordt er lesgegeven?

  • Accordeon – 6 jaar
    Maar dan moet je wel groot genoeg zijn om een kleine accordeon vast te houden en onder controle te houden.
    Jonger dan 6 jaar kan na overleg met de docent.
  • Altviool – ongeveer 8 jaar
  • Blokfluit – 6 jaar
  • Bouzouki/Tzouras
  • Cello
  • Computer en muziek (Musescore ) – vanaf 16 jaar
  • Contrabas en Minibas – Minibas van 9 – 14 jaar
  • Dwarsfluit – 6-7 jaar
  • Elektrische gitaar
  • Fagot – 8-9 jaar
  • Gitaar – 6 jaar
    Jonger dan 6 jaar kan na overleg met de docent
  • Harp – 7 jaar
  • Hobo – 6 jaar
    Zodra je handen in staat zijn de kleppen in te drukken
  • Hoorn – 8 jaar
  • Keyboard – 6 jaar
  • Klarinet
  • Luit
  • Muziekland – vanaf 1½ jaar
  • Kindermuziektheater – 6-9 jaar en 9 t/m 12 jaar
  • Orgel
  • Panfluit – 6 jaar
  • Piano – vanaf 6 jaar
    Jonger dan 6 jaar kan na overleg met de docent
  • Saxofoon – 8-9 jaar
    Voorwaarde: Gebit moet gewisseld zijn en je moet al een paar stevige handen hebben
  • Slagwerk algemeen
  • Slagwerk drums
  • Trombone – vanaf 8 jaar
    Soms jonger, afhankelijk hoe groot je bent
  • Trompet – vanaf 8-9 jaar
    Voorwaarde: Gebit moet gewisseld zijn
  • Tuba
  • Viool – 5 jaar
    Miniviool – 4-7 jaar
  • Zang – vanaf 8 jaar

Thuis
Om een instrument te leren bespelen, maar ook om goed te leren zingen, is het nodig te oefenen. Alleen dan is het mogelijk vorderingen te maken. Als er regelmatig geoefend wordt, gaat het spelen steeds beter en leer je de mogelijkheden van het instrument kennen. Dan wordt het ook steeds leuker om samen muziek te maken. Vooral in het begin zal dit geen probleem zijn.

Probeer elke dag wat te oefenen. Het gemakkelijkste is het om dat op een vast tijdstip te doen. Neem het oefenen in het dagritme op, net zoals eten, tanden poetsen en naar schoolgaan. Ouders kunnen hierin voor hun kinderen heel belangrijk zijn: stimuleren om te gaan oefenen; helpen met herinneren aan de oefentijd; luisteren en erbij zitten als er geoefend wordt en positief reageren als het goed gaat. Maak er een gezellig moment van. Goed voorbereid op de les komen is zowel voor de leerling als voor de docent prettig.

Natuurlijk zal het niet altijd even gemakkelijk zijn om elke dag te oefenen en elke week goed voorbereid te zijn. Praat erover met de docent als het enthousiasme afneemt. Misschien kan er in overleg wat aan het lesprogramma worden aangepast.