Bouzouki en Tzouràs

Bouzouki 20
De Griekse bouzouki (lange hals luit) is een soort luit, min of meer een samenvoeging van de Turkse saz en de Italiaanse mandoline, waarbij de westerse en oosterse invloeden duidelijk merkbaar zijn.
Het instrument komt van oudsher voor in Griekenland, maar ook in andere Mediterrane landen, de Balkan en het Midden-Oosten.
De klankkast van de bouzouki is bol (peervormig) aan de onderzijde en wordt gemaakt van hout. Aan de voorzijde zijn ze vaak mooi afgewerkt met ornamentjes. De gemiddelde lengte ligt rond de 70 cm.
De bouzouki kent twee verschillende varianten: de trichordo 6 snaren in 3 paren en de tetrachordo,8 snaren in 4 paren, die op verschillende manieren gestemd worden.
Het instrument wordt met een plectrum bespeeld.
De instrumentale Griekse muziek is zeer ontwikkeld en dient voornamelijk ter begeleiding van ingewikkelde dansen, vaak voorafgegaan door improvisatie (Taximi). Ieder streek heeft zijn eigen kenmerkende muziek.
De Griekse bouzouki neemt een belangrijke plaats in zowel de oude volksmuziek als de hedendaagse Griekse muziek.

Tzouràs
De Tzourás (klemtoon achteraan, meervoud tzourádes) is het kleine broertje van de bouzouki en het grote broertje van de baglamas. Met andere woorden, het zit tussen de bouzouki en de baglama in, zowel wat de afmetingen betreft als de klank.
De tzourás is van relatief recente datum. De tzourás zoals we die vandaag kennen wordt gebruikt in de rebetiko en die muziek is pas in de twintigste eeuw ontstaan.

Lesvormen: individuele les, duoles, trioles
Docenten: Erik den Uijl